Bijbelstudie en introductie "Christen in deze wereld" (Romeinen 1.18-32)
Zweedse Methode (Romeinen 1.18-32)
Plaats een vraagteken bij wat je niet snapt en bespreek de vraagtekens.
Inzichtelijk maken van de tekst.
Een andere opmaak van de tekst kan een hulp zijn om de gedachtegang inzichtelijk te maken. Dit kan door te letten op:
- Verandering van plaats, tijd, spreker (is vooral voor verhalende gedeelten van belang)
- Gebruik van woorden als: daarom, want, omdat, waardoor.
Voorbeeld: Romeinen 1:18-32
18 En vanuit de hemel openbaart Gods toorn zich over al het kwaad en onrecht van hen die met hun onrechtvaardigheid de waarheid geweld aandoen.
19 Want wat een mens over God kan weten is hun bekend
omdat God het aan hen kenbaar heeft gemaakt.
20 Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar.
Er is niets waardoor zij te verontschuldigen zijn,
21 want hoewel ze God kennen, hebben ze hem niet de eer en dank gebracht die hem toekomen.
Hun overpeinzingen zijn volkomen zinloos en hun onverstandig hart is verduisterd. 22 Terwijl ze beweren wijs te zijn, zijn ze dwaas 23 en hebben ze de majesteit van de onvergankelijke God ingewisseld voor beelden van vergankelijke mensen, vogels, lopende en kruipende dieren.
24 Daarom heeft God hen in hun lage begeerten uitgeleverd aan zedeloosheid, waarmee ze hun lichaam onteren.
25 Ze hebben de waarheid over God ingewisseld voor de leugen; ze vereren en aanbidden het geschapene in plaats van de schepper, die moet worden geprezen tot in eeuwigheid. Amen.
26 Daarom heeft God hen uitgeleverd aan onterende verlangens.
De vrouwen hebben de natuurlijke omgang verruild voor de tegennatuurlijke,
27 en ook de mannen hebben de natuurlijke omgang met vrouwen losgelaten en zijn in hartstocht voor elkaar ontbrand. Mannen plegen ontucht met mannen;
zo worden ze ervoor gestraft dat ze van God zijn afgedwaald.
28 Omdat ze het beneden hun waardigheid achtten God te erkennen, heeft God hen overgeleverd aan hun eigen onbetrouwbaarheid en doen ze wat verwerpelijk is.
29 Ze zijn door en door onrechtvaardig en boosaardig, hebzuchtig en slecht.
Ze zijn door en door afgunstig, moordzuchtig en twistziek, doortrapt en kwaadaardig.
Ze roddelen 30 en spreken kwaad, haten God, zijn hoogmoedig, trots en verwaand.
Ze zijn vindingrijk in het kwaad, tonen geen ontzag voor hun ouders, 31 zijn kortzichtig en trouweloos, zonder liefde en onbarmhartig.
32 En hoewel ze het vonnis van God kennen en weten dat mensen die dergelijke dingen doen de dood verdienen, doen ze dit alles toch. Sterker nog, ze juichen het zelfs toe dat anderen het ook doen.
Algemeen
Achtergrond van de brief:
- Paulus schreef deze brief rond het jaar 56 aan de christenen te Rome. Hij is daar nog niet geweest, maar hij is van plan hen op te zoeken. Er is inmiddels een grote gemeente, die bestaat uit mensen met een Joodse en een Romeins-Griekse achtergrond. Deze brief bereidt zijn bezoek voor.
- De brief bestaat uit een aantal grotere eenheden die met elkaar samenhangen.
- Het verlangen van Paulus om te Rome het goede nieuws te brengen (Romeinen 1:1-17)
- Het goede nieuws betekent redding voor ieder die gelooft (Romeinen 1.18-8:39)
- Ieder mens staat schuldig voor God, zowel de Jood die de wet van God. De Schepper kent, als de Griek die de wet van God niet kende (Romeinen 1:18-3:21)
- Alleen door het geloof in Jezus Christus is er redding van de toorn van God. Dit geldt zowel voor de Jood als voor de Griek (Romeinen 4:1-7:25).
- De bevrijding van de zonde en van de dood is zeker. Er is niets dat een gelovige kan scheiden van de liefde van God in Jezus Christus (Romeinen 8)
- Veel Joden zijn niet tot geloof gekomen in Jezus Christus. Hoe komt dit? Paulus verlangt ernaar dat zij nu of later wel tot de erkenning van Jezus Christus als Heer komen. Hij legt het in Gods hand en vertrouwt op Gods beleid (Romeinen 9:1-11:36)
- Met beroep op de redding door God, spoort Paulus de lezers zich helemaal te geven aan God, elkaar te dienen in de gemeente, geen aanstoot te geven in de samenleving, maar ook een Romeinse overheid te respecteren, en elkaar te aanvaarden en te verdragen in de kerk, met alle verschillen die er kunnen zijn.
- Hij sluit zijn brief af met een hele reeks groeten en de plannen die hij heeft.
Romeinen 1:18-32
Romeinen 1:18-32 is een belangrijk gedeelte:
- Paulus stelt aan de orde dat mensen die nog nooit van God hebben gehoord, toch schuldig zijn en te maken hebben met de boosheid van God.
- Hij analyseert in enkele zinnen de toenmalige samenleving en er zijn veel herkenningspunten voor ons. Hij wijst veel misstanden in de samenleving aan.
- De opbouw:
- (18) Paulus stelt dat Gods boosheid (toorn) over ongeloof zichtbaar aanwezig is in de wereld. Dit ongeloof leidt tot kwaad en
onrecht in de samenleving. Vervolgens gebruiken mensen dit kwaad en onrecht als reden om niet te geloven in God. Ze doen de waarheid geweld aan.
Opdracht:
Verzamel argumenten van mensen die zeggen dat zij niet in God kunnen geloven. Bespreek de argumenten, herkenbaar? Welk licht laat de bijbel hierover schijnen? Wat is het antwoord van een christen op deze argumenten? - (19) Paulus geeft aan dat de boosheid van God terecht is. Ieder mens kan van het bestaan van God weten.
- (20) God laat namelijk iets van zichzelf zien. Namelijk in de schepping. Wat is dan zichtbaar: 1. eeuwige kracht en 2.
goddelijkheid. Hoe? Door het verstand, dus wanneer een mens over de wereld, het ontstaan en bestaan van de schepping gaat nadenken.
Bedenk hier wel dat veel mensen dit niet meer zien, omdat ze deze waarheid niet willen erkennen.
Opdracht:
Een leuk voorbeeld is de discussie in wetenschappelijke kringen over Intelligent Design. Een aantal wetenschappers stelt dat aan de wereld, de kleinste en grootste vormen, een ontwerp (Design) ten grondslag kan liggen. Dit (Design) is te begrijpen door het verstand (Intelligent). De reacties 'tegen' waren, tot in de politiek toe, heel emotioneel en niet rationeel van aard. Bespreek de gedachte van het Intelligent Design. Hoe komt het dat in politieke en wetenschappelijke kringen emotioneel gereageerd is? - (20-21) Paulus concludeert dat er geen mens is die zich voor God kan verontschuldigen. Er is geen mens die later tegen God kan
zeggen: "sorry, als ik meer geweten had, had ik U wel gedankt en gebeden."
Opdracht:
In de huidige tijd hebben veel mensen nog steeds religieuze gedachten en gevoelens. Dit loopt uiteen van een vaag geloven in 'iets' tot de fundamentalistische Islam. Welke ervaringen heb je met anders-gelovigen? Hoe komt het dat mensen wel willen geloven in 'iets', maar niet in Jezus Christus? - (21-23) Mensen van alle tijdens denken wel na over deze wereld. Wanneer zij geen zicht meer hebben op God, de Schepper, lopen
hun gedachten uiteindelijk op niets uit. Paulus illustreert dat aan de hand van de beelden die de Grieken en de Romeinen gemaakt hebben voor en van hun goden. Hij gebruikt twee tegenstellingen:
- God is God - en niet af te beelden als een schepsel. Hoe kan een schepsel ooit ter wereld de grootheid, almacht, wijsheid van God zichtbaar maken.
- God is onvergankelijk - een schepsel is per definitie vergankelijk, sterfelijk. Hoe kun je daar nu heil van verwachten?
Opdracht:De (post-)moderne mens heeft geen beelden thuis waar hij heil en geluk van verwacht. Toh verlangt ieder mens daar wel naar, in dit leven en ook na dit leven. Waar verwacht de (post-)moderne mens zijn heil en geluk van? Hoe loopt dit verlangen uiteindelijk op niets uit? - (24-25) Nadat Paulus heeft geschreven dat de boosheid van God over alle onrecht en ongeloof in de wereld terecht is, werkt
hij nu uit hoe de toorn zichtbaar is in de samenleving. Hij noemt als eerste
zedeloosheid. Dit heeft te maken met de bevrediging van het zelf en dat leidt
tot ontering van het lichaam, dat God geschapen heeft. Je neemt jezelf tot
norm. Deze zedeloosheid werkt Paulus in Romeinen 1:26-32 verder uit. Hij
eindigt dit deel met een lofprijzing. De mens vindt zijn doel niet in zichzelf,
maar in de verering van de Schepper. Amen.
Opdracht:
Hoe bewust geef jij God eer in jouw leven? Denk hierbij aan: a. vrije tijdsbesteding b. relaties, huwelijk en seksualiteit c. werk d. woord (bijbelstudie) en gebed? - (26-27) De zedeloosheid komt tot uiting in de beleving en omgang met seksualiteit. Dat is het meest intieme van de mens, een
geschenk van God. In de Romeinse wereld namen mensen deel aan seksorgieën. Paulus noemt seks van vrouwen met vrouwen en mannen met mannen.
Zij kiezen daarvoor, omdat zij van de gekkigheid niet meer weten hoe zij hun lusten kunnen
botvieren. Het gaat in dit gedeelte niet over homofilie, hoewel er wel het één
en ander over te leren valt, maar dat vraagt een andere vraagstelling en
aandacht voor meer en andere gedeelten uit de bijbel. Paulus schrijft hier over
heteroseksuele mannen en vrouwen die gewoon doen waar ze zin in hebben. Paulus
stelt dat seksorgieën een gevolg zijn van het oordeel van God, omdat mensen Hem
niet willen erkennen als Schepper. Hij doet voor een gezonde beleving van de
seksualiteit een beroep op de schepping. Dit deed de Heer Jezus ook, toen Hem
een vraag over echtscheiding werd voorgelegd (Matteüs 19:3-6).
Opdracht:
Seksuele losbandigheid is van alle tijden. Het komt ook op ons af. a. Waarin zie je de seksuele losbandigheid? b. Wat vind je van de gedachtegang van Paulus - het loslaten van de erkenning van God als Schepper, die ook de seksualiteit heeft gegeven, leidt tot seksuele losbandigheid? - (28-31) Paulus eindigt met een opsomming van allerlei misdragingen in de samenleving. Hij overdrijft niet, maar tekent een
de grootsteedse samenleving van Rome. Ook aan het keizerlijk hof was niemand
zijn leven zeker en kon zo als politiek tegenstander uit de weg worden geruimd.
Opdracht:
Welke door Paulus genoemde misdragingen vind je herkenbaar in onze eigen samenleving? - (32) Paulus wijst tenslotte een ontstellende ongerijmdheid aan. Aan de ene kant was het Romeinse recht degelijk. Ook de
grondtrekken van de Nederlandse rechtspraak gaan daarop terug. Op moord stond
de doodstraf. Het feit dat mensen rechtspreken verbindt hij opnieuw aan een
rest van de kennis van God, die als Schepper ook Rechter is. Vandaar dat hij
zegt: "hoewel ze het vonnis van God kennen en weten dat mensen die dergelijke
dingen doen de dood verdienen." Aan de andere kant staan mensen te juichen
wanneer een politiek tegenstander uit de weg wordt geruimd. Dit is een meten
met twee maten. Wanneer het recht mij beschermt, houdt ik mij daaraan. Wanneer
het recht mij beperkt, overtreed ik de wetten.
Opdracht:
a. Vind jij de gedachtegang van Paulus en zijn analyse herkenbaar? b. Waar kun je dit aanwijzen in onze samenleving?
- (18) Paulus stelt dat Gods boosheid (toorn) over ongeloof zichtbaar aanwezig is in de wereld. Dit ongeloof leidt tot kwaad en
onrecht in de samenleving. Vervolgens gebruiken mensen dit kwaad en onrecht als reden om niet te geloven in God. Ze doen de waarheid geweld aan.
Doel van de bijbelstudies
- Lezen wat er staat
- Begrijpen wat er staat
- Toepassen wat er staat
- Vooral aandacht voor het proces in de groep